Exit

Helpen medewerkers elkaar op het werk of is het ieder voor zich? Wordt er openlijk gesproken over fouten of merk je er niks van? vanzelfsprekendheden en ongeschreven regels. Cameron en Quinn onderscheiden vier bedrijfsculturen: de familiecultuur, de adhocratie cultuur, de hiërarchiecultuur en de marktcultuur.

  1. De familiecultuur.  Een zeer vriendelijke werkomgeving waar mensen veel met elkaar gemeen hebben en die veel weg heeft van een grote familie. De leiders, of de hoofden van de organisatie, worden beschouwd als mentoren en misschien zelfs als vaderfiguren. De organisatie wordt bijeengehouden door loyaliteit en traditie. De betrokkenheid is groot. In de organisatie ligt de nadruk op de lange termijn voordelen van human resource-ontwikkeling en hecht men grote waarde aan onderlinge samenhang en moreel. De organisatie hecht grote waarde aan teamwerk, participatie en consensus.
  2. De adhocratiecultuur. Een dynamische, ondernemende en creatieve werkomgeving. De mensen die er werken steken hun nek uit en nemen risico’s. De leiders worden beschouwd als innovators en risiconemers. Het bindmiddel dat de organisatie bijeenhoudt, is inzet voor experimenten en innovaties. Voor de lange termijn ligt in de organisatie de nadruk op groei en het aanboren van nieuwe bronnen. Succes betekent de beschikking hebben over nieuwe producten of diensten; hierin voorop te lopen wordt als belangrijk beschouwd. De organisatie bevordert individueel initiatief en vrijheid.
  3. De hiërarchiecultuur. Een zeer geformaliseerde en gestructureerde werkomgeving. Procedures bepalen wat de mensen doen. De leiders zijn er trots op dat ze goede, op efficiëntie gerichte coördinatoren en organisatoren zijn. Instandhouding van een soepel draaiende organisatie is het meest cruciaal. Formele regels en beleidsstukken houden de organisatie bijeen. De zorg voor de lange termijn gaat uit naar stabiliteit en resultaten, gepaard gaande met een efficiënte en soepel verlopende uitvoering van taken. Het personeelsmanagement moet zorgen voor zekerheid over de baan en voorspelbaarheid.
  4. De marktcultuur. Een resultaatgerichte organisatie waarin de grootste zorg uitgaat naar afronding van het werk. De mensen zijn er competitief ingesteld en doelgericht. De leiders zijn opjagers, producenten en concurrenten tegelijk. Zij zijn hard en veeleisend. Het bindmiddel dat de organisatie bijeenhoudt, is de nadruk op winnen. Reputatie en succes zijn belangrijke aandachtspunten. Voor de lange termijn richt men zich op concurrerende activiteiten en het bereiken van meetbare doelen en doelstellingen. Succes wordt gedefinieerd binnen het kader van marktaandeel en marktpenetratie. Concurrerende prijsstelling en marktleiderschap zijn belangrijk. 

Meer weten over cultuurtyperingen en de bijbehorende leiders? Neem dan een kijkje in het volgende boek: Kim S. Cameron and Robert E. Quinn (1999). Diagnosing and Changing Organizational Culture.

Wat vind jij? Vertel hieronder hoe jij er over denkt.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Go top